8-6-2026: Compensatie transitievergoeding per 2027 afgeschaft

Per 2027 vervallen álle compensatieregelingen voor de transitievergoeding voor álle werkgevers. Eerder was er nog sprake van dat alleen grote werkgevers geen compensatie meer zouden krijgen voor de betaalde transitievergoeding bij ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid.

De maatregel blijkt uit een wijziging van het wetsvoorstel van het vorige kabinet dat een einde moet maken aan de compensatie van de transitievergoeding bij ontslag wegens langdurige ziekte. De compensatie van UWV zou in eerste instantie voor kleine werkgevers behouden blijven, maar ook zij verliezen nu dit recht. Een werkgever geldt als klein wanneer de loonsom maximaal 25 maal het gemiddelde premieplichtige loon per werknemer per kalenderjaar bedraagt. Bovendien wordt de compensatie afgeschaft voor kleine werkgevers die stoppen wegens pensionering of overlijden van de werkgever (grotere werkgevers hebben hier al geen recht op). Het schrappen van de compensatiemaatregelen moet bijdragen aan houdbare overheidsfinanciën.

Aanspraak maken op compensatie

Stemmen de Tweede en de Eerste Kamer in, dan vervallen de regelingen per 1 januari 2027. Voor de grotere werkgevers betekent dat wel uitstel; eerder mikte het kabinet op 1 juli 2026. Werkgevers kunnen nog aanspraak maken op compensatie van de transitievergoeding bij ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid als het einde van de loondoorbetalingsplicht vóór inwerkingtreding van de wet valt. Een werkgever die een loonsanctie krijgt opgelegd en daardoor pas later afscheid kan nemen van de werknemer, heeft pech. Voor de compensatiemaatregel voor kleine werkgevers bij pensionering of overlijden van de werkgever geldt dat het ontslagverzoek vóór inwerkingtreding van de wet bij UWV ingediend moet zijn.

Angst voor slapende dienstverbanden

Het moet overigens nog blijken of de Kamers de rigoureuze maatregel steunen, want er is veel kritiek op. Zo denken juristen dat door de wijziging weer slapende dienstverbanden ontstaan. Een slapend dienstverband ontstaat als een werkgever een werknemer na twee jaar ziekte in dienst houdt. De loondoorbetalingsplicht eindigt dan, maar de werknemer houdt wel een arbeidsovereenkomst met de organisatie. Werkgevers doen dit om betaling van de transitievergoeding te ontlopen, iets wat de compensatieregeling juist moest voorkomen.

Minder of geen transitievergoeding

Werkgevers kunnen op den duur mogelijk wel de te betalen transitievergoeding verlagen. In het Coalitieakkoord 2026-2030 kondigden de coalitiepartijen namelijk aan dat zij per 2028 de regels voor de transitievergoeding willen aanpassen. Werkgevers die die tijdig en voldoende hebben geïnvesteerd in bijscholing, omscholing of zich maximaal inzetten voor hun re-integratieverplichtingen, hoeven daardoor op termijn mogelijk minder of helemaal geen transitievergoeding te betalen.

Bron: RendementOnline

22-10-2024: RVU-drempelvrijstelling structureel voor écht zwaar werk

Het kabinet en de sociale partners hebben een akkoord bereikt over een permanente en gerichte vroegpensioenregeling voor mensen met zwaar werk. De RVU-drempelvrijstelling wordt structureel voor mensen die dat écht nodig hebben en het maximale drempelbedrag wordt hoger.

Bij het pensioenakkoord in 2019 werd benadrukt dat werknemers gezond werkend de pensioenleeftijd moeten kunnen bereiken en dat zij desnoods eerder moeten kunnen pensioneren als het werk niet langer is vol te houden. Daarom zijn er soepelere fiscale regels ingevoerd voor een Regeling voor vervroegd uittreden (RVU): de zogenoemde RVU-heffing van 52% is tijdelijk niet van toepassing (artikel) voor regelingen waarbij werknemers maximaal drie jaar voor hun AOW-leeftijd stoppen met werken en de werkgever een uitkering geeft van maximaal € 26.184 per jaar (bedrag 2024). De huidige drempelvrijstelling loopt tot en met 31 december 2025 (met een ‘uitloopperiode’).

RVU is financieel niet interessant genoeg

De afgelopen tijd is er veel te doen geweest over het thema ‘gezond naar het pensioen’. Dat ging meestal over de RVU, en niet alleen omdat de drempelvrijstelling zou aflopen. Zo was er veel discussie over wanneer werk precies ‘zwaar’ is en werd de regeling ook gebruikt door bijvoorbeeld kantoorpersoneel. Bovendien bleek de regeling financieel niet interessant genoeg voor werknemers met lagere inkomens. De vakbonden hebben regelmatig gestaakt voor een betere, permanente regeling, die er nu dus lijkt te komen voor werknemers die dat écht nodig hebben.

Wettelijke afbakening van ‘zwaar werk’

De structurele regeling biedt de ruimte om werknemers in ‘knellende situaties’ maximaal € 3.600 bruto per jaar extra te bieden bovenop het bedrag van de drempelvrijstelling, zodat een RVU ook interessant wordt voor mensen met een laag inkomen of weinig aanvullend pensioen. Het is aan werkgevers- en werknemerspartijen om de noodzaak van de extra fiscale ruimte af te wegen. De meer gerichte aanpak van de regeling houdt in dat RVU-afspraken in cao’s een onderbouwde afbakening bevatten van de doelgroep voor de RVU-drempelvrijstelling, gericht op belastende functies en werkzaamheden. Een door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid erkende derde partij moet deze afbakening goedkeuren. Er wordt nogmaals gekeken of het mogelijk is om een wettelijke afbakening van ‘zwaar werk’ vast te leggen.

Duurzame inzetbaarheidsagenda vóór mei 2025

Daarnaast hebben de partijen afgesproken om vóór mei 2025 gezamenlijk een duurzame inzetbaarheidsagenda te presenteren om werknemers gezond werkend de pensioenleeftijd te laten bereiken. De agenda wordt onder meer gericht op het verbeteren van arbeidsomstandigheden, verlichting van zwaar werk en vermindering van langdurige blootstelling aan zwaar werk. Ook de mogelijkheden en belemmeringen van verlofsparen worden onderzocht.
Het hele pakket aan maatregelen wordt jaarlijks gemonitord en driejaarlijks ‘geijkt’. Hierbij wordt ook gekeken naar het totale RVU-gebruik. In het akkoord is hiervoor een ‘signaalwaarde’ van 15.000 RVU-deelnemers per jaar opgenomen. Wordt die waarde bereikt, dan gaan de partijen om de tafel om te kijken of bijsturing nodig is. De vakbonden en de werkgeversorganisaties leggen het onderhandelaarsakkoord de komende periode voor aan hun achterban. Gaan zij akkoord, dan gaan het kabinet en sociale partners verder met het uitwerken van de maatregelen.

Bron: RendementOnline.nl